Voldoende rust is essentieel voor het welzijn, de veiligheid en de prestaties van paarden, ruiters, grooms en officials. Hoewel het onderwerp al eerder aan bod kwam, blijft het moeilijk om een coherent beleid op te stellen vanwege de uiteenlopende eisen van indoor- en outdoorwedstrijden. In Lausanne werd de uitdaging duidelijk: een evenwicht vinden tussen een aantrekkelijk sportprogramma, het welzijn van de paarden en werkbare omstandigheden voor de grooms. “We luisteren naar de wensen van alle betrokkenen. Het programma is de kern van ons werk en het welzijn van de deelnemers is prioriteit”, verklaarde Irene Verheul, organisator van het CHI-W in Amsterdam. “Maar het programma moet ook aantrekkelijk zijn voor ruiters, publiek en sponsors. En we zijn gebonden aan regels van lokale autoriteiten en tijdsbeperkingen van gehuurde hallen. We doen ons best om bijvoorbeeld springen in de avond en dressuur overdag te plannen.”
Lucy Katan, directeur van de International Grooms Association, richtte zich met een krachtig betoog tot de andere stakeholders. “Wedstrijden zouden uiterlijk om 23u moeten eindigen, maar die regel wordt niet nageleefd, ook niet bij topwedstrijden van de FEI zoals in Barcelona. Als het twee of drie keer per jaar zou gebeuren, was het te overzien, maar in de herfst en winter is het bijna standaard. Daardoor zien we steeds meer uitputting en burn-outs. Grooms stoppen met hun werk uit frustratie. Sommigen zijn pas twee uur na afloop van de laatste proef klaar, en de ochtendtaken kunnen niet worden uitgesteld. De FEI zou kunnen bepalen dat alleen de top drie per proef te paard aanwezig hoeft te zijn bij prijsuitreikingen. Achttien uur per dag werken is onhoudbaar, en vaak is er minder dan zes uur rust. We moeten onze grooms en hun geliefde paarden beschermen.”
“Ik erken deze realiteit; die geldt voor alle evenementen. Werkdruk moet aangepast worden”, antwoordde Irene Verheul. Ze benadrukte, samen met anderen, de verantwoordelijkheid van ruiters om oplossingen te vinden voor de werkdruk van hun grooms. Gezien de reistijden en de late terugkeer naar de stallen lijkt het noodzakelijk dat topruiters, vooral in het indoorseizoen, met groomduo’s gaan werken. “Het is een grote extra kost, niet voor iedereen haalbaar, maar ze blijven verantwoordelijk voor hun personeel”, benadrukte Henrik Ankarcrona. François Mathy (IJRC) ondersteunde dit, terwijl Eleonora Ottaviani (IJRC/YRA) opmerkte dat dit voor ruiters op lagere niveaus (U25, 2*, 3*) bijna onrealistisch is.
Een mogelijke oplossing is om proeven van hetzelfde label te clusteren in tijd, zodat ze niet verspreid zijn over de hele dag. Ook werd voorgesteld om strikte eindtijden in te voeren, zodat paarden en grooms voldoende rust krijgen. Al met al vraagt dit multidimensionale probleem om samenwerking en praktische oplossingen.