“Een goede trainer vervormt het jonge paard niet, maar leert het de dingen op de juiste manier aan”, Willem Greve (2/3)
Tweede deel van het interview tijdens de Wereldbeker wedstrijd in Lyon met de Nederlandse topruiter Willem Greve.
Willem Greve behoort tot die ruiters die meteen worden bestempeld als echte paardenmensen zodra hun naam valt. Eerlijk, betrokken en getalenteerd: de Nederlander heeft sinds het begin van de jaren 2010 en zijn doorbraak met de innemende Carambole de top van het springen niet meer verlaten. Sindsdien hebben Zypria S, GrandoradoTN, HighwayTN en recenter Pretty Woman van’t Paradijs het stokje overgenomen en hem in staat gesteld meerdere grote kampioenschappen te rijden in het oranje van zijn nationale equipe. Gul in zijn uitleg, buitengewoon gepassioneerd en steeds bereid om video’s te delen van paarden die misschien wel zijn toekomstige sterren worden, blijft Willem Greve een kampioen die met beide voeten stevig op de grond staat. Zich bewust van de realiteit van de sector, dicht bij de fokkers en zijn eigenaars, en opgegroeid tussen de paarden – zijn vader Jan, dierenarts, ontdekte tal van grote dekhengsten, waaronder Voltaire – heeft hij alles in zich van de ideale ambassadeur van het jumping.
We ontmoetten hem in de gangen van het CHI Longines Equita Lyon op 31 oktober. De jonge veertiger, bekend om zijn gevoel voor humor, sprak openhartig over zijn paarden, zijn laatste kampioenschappen – waaronder zijn opvallende beslissing tijdens de Olympische Spelen in Parijs – zijn systeem, de fokkerij en de opleiding van jonge paarden. Een gesprek in drie delen, waarvan hier het tweede.
Het eerste deel van dit interview is hier (opnieuw) te lezen.
Hoe gaat het met uw twee hengsten HighwayTN en GrandoradoTN?
Met allebei heel goed! Grandorado sprong uitstekend in Calgary. In Barcelona ook, maar daar voelde ik dat hij moe was. Daarom kreeg hij drie à vier weken rust, waarin hij gewoon in de weide stond. Dat heeft hem zowel mentaal als fysiek deugd gedaan. Ik hoop in december in Genève te kunnen starten, en als dat lukt zal hij daar waarschijnlijk springen. Highway werd eind oktober nog tweede in de 3*-Grand Prix van Leeuwarden. Ik zit momenteel in een heel comfortabele positie omdat ik kan rekenen op verschillende paarden: Pretty Woman, Grandorado, Highway, Candy Luck (Comme Il Faut x Canturo, een competitieve tienjarige merrie die binnenkort waarschijnlijk terug onder het zadel van haar eigenares Alessandra Volpi komt, red.) en enkele jonge paarden die eraan komen. Daardoor hoeft de druk niet op één of twee toppaarden te liggen. Ik heb een sterk team, maar dat kan natuurlijk snel veranderen!
Highway, even innemend als gul, is in topvorm! © Mélina Massias
Grandorado en Highway zijn allebei zonen van uw voormalige hengst Eldorado van de Zeshoek (Clinton x Toulon). Wat heeft hij hen volgens u meegegeven?
Highway is extreem respectvol en vraagt zich elke dag af wat hij voor zijn ruiter kan doen. Zijn inzet in het werk is uitzonderlijk. Hij is élke dag gemotiveerd, zonder uitzondering. Eldorado was net zo: hij had heel veel bloed en wilde constant werken. Highway heeft ook een immens hart en ik voel dat elke vezel in zijn lichaam voor mij wil vechten. Dat is een ongelooflijk gevoel!
Grandorado zou ik eerder timide en terughoudend noemen. Ik weet niet vanwaar dat komt, misschien van zijn moedersvader Baloubet du Rouet. Hij is geen bluffer: hoe meer hij springt, hoe meer hij geeft, en hoe beter hij springt. Hij sprong zijn beste parcours in de Grand Prix van Aken, en dat was zijn vijfde ronde van de week. Hoe meer hij in de ring komt, hoe losser hij wordt en hoe meer hij zijn kwaliteiten toont. Dat is typisch Grandorado. Hij beschikt bovendien over enorm vermogen en is zeer zorgvuldig. Ik denk dat hij alles heeft! Highway en hij zijn twee fantastische paarden.
“Hoe meer Grandorado in de piste komt, hoe losser hij wordt en hoe meer hij zijn kwaliteiten toont”,© Mélina Massias
“Party In de Hus wordt een echt kampioenschapspaard”
U werkt al heel wat jaren samen met de familie Nijhof. Hoe is deze samenwerking ontstaan en hoe ziet die er vandaag uit?
De samenwerking tussen de families Greve en Nijhof gaat al lang terug! Mijn vader reisde vaak naar Frankrijk en Duitsland met Henk Sr. Nijhof. Samen hebben ze onder meer Voltaire en vele andere hengsten ontdekt. Mijn stallen liggen op slechts tien minuten van die van de familie Nijhof. Ik kan het heel goed vinden met Cameron en Henk Jr. Tussen ons is het een echte win-winsituatie. Zij hebben een grote groep jonge paarden en goede hengsten. Ik ken de sport en de fokkerij, een deel van onze wereld dat mij enorm boeit. We zijn samen eigenaar van enkele paarden en zij geven me ook de kans andere paarden te rijden. Ik heb een goed netwerk in de Verenigde Staten, wat een voordeel is voor het commerciële luik. Om al die redenen werkt onze samenwerking uitstekend!
In het voorjaar nam u de teugels over van de veelbelovende tienjarige hengst Poker de Mariposa (Nabab de Rêve x Caspar/Berlin), winnaar op 1,45 m en gezien tot 1,50 m. Wat zijn uw doelen met hem?
Er is recent wat veranderd: Poker verhuist naar de stal van Marriet Smit-Hoekstra, die voor het grote sportwerk enkel For ChaccoTN (For Pleasure x Chacco-Blue, winnaar van de Grand Prix van de Sires of the World in Lanaken in september, red.) heeft. Poker wordt een geweldige versterking voor haar. Ikzelf ga de teugels overnemen van Cero BlueTN (Chacoon Blue x Balou du Rouet, waarvan de vierde moeder niemand minder is dan Fein Cera, red.), die acht jaar oud is. In mijn eigen team was Poker slechts nummer vier of vijf, terwijl hij bij Marriet het op één na beste paard zal zijn. Ik zal nu de tijd kunnen nemen om Cero Blue ervaring te laten opdoen, en hopelijk kan hij binnen enkele jaren de fakkel overnemen van mijn twee tophengsten! Voorlopig draait het vooral om elkaar leren kennen en proeven op 1,40 m en 1,45 m.
Foutloos in zijn eerste 2-Grand Prix met Kars Bonhof, die onlangs het einde van zijn samenwerking met Stal Nijhof aankondigde, zal Cero BlueTN zijn carrière voortzetten aan de zijde van Willem Greve, © Dirk Caremans / Hippo Foto
Wat betreft de achtjarige Selle Français-hengst Hercule de Hus, alias Party In de Hus (Kannan x Coriano), die overduidelijk over veel kwaliteiten beschikt en voorbestemd lijkt voor een grootse carrière?
Hij is een fantastisch paard! Hij heeft een opmerkelijke intelligentie en zijn gevoeligheid voor de hulpen is werkelijk wonderbaarlijk. Echt wonderbaarlijk. Hij heeft alles en voor mij wordt hij een echt kampioenschapspaard. Bovendien is hij lief en makkelijk. Mijn schoonbroer, Jules de Bruijn, heeft hem prachtig opgeleid. Hij gaf hem ervaring en dat excellente luistervermogen. Ik heb Party In voor de helft gekocht samen met een Canadese eigenares (Jennifer Delorme, red.). Onze eerste wedstrijd samen vond plaats in Peelbergen in juni. Hij sprong daar drie keer foutloos, en daarna gingen we naar Aken, waar hij geweldig was (met slechts één fout in de Grote Prijs, red.) voor onze tweede competitie. Ook in Oliva in oktober deed hij het uitstekend (waar hij onder meer vijfde werd in een proef op 1,50 m, red.). Het is echt een charmant paard.
De Selle Français Party In de Hus heeft dit jaar indruk gemaakt, vooral op de piste van Aken, © Mélina Massias
Zijn er onder uw andere jonge paarden enkele die eruit springen?
Ja. Samen met Matt Carrigan, mijn fantastische ruiter uit Ierland en een ontzettend fijn mens, denk ik dat we een sterk team jonge paarden hebben. We hechten veel belang aan een goede opleiding. Sommigen zullen worden verkocht, anderen blijven sportief nog wat langer bij ons. Maar we proberen altijd een goede basis te hebben met paarden voor de toekomst.
“Ik hou ervan al mijn aandacht aan mijn paarden te kunnen geven”
De voorbije vier jaar nam u niet meer deel aan de Wereldkampioenschappen voor jonge paarden, een afspraak waar u vroeger nochtans regelmatig aanwezig was. Is er een specifieke reden voor uw afwezigheid in Lanaken?
Nee, niet echt. Vorig jaar nam mijn partner deel aan deze wedstrijd en dit jaar was mijn ruiter er ook bij.
Hoe kijkt u in het algemeen naar deze wedstrijd?
Deze kampioenschappen worden georganiseerd in een fantastische setting, waar echt aan alles is gedacht. Het is een belangrijk moment voor fokkers én voor de sport: iedereen komt daar samen. Als ruiter en als eigenaar moet je kunnen inschatten of je paard klaar is voor een dergelijke uitdaging. Je moet verantwoordelijkheid nemen. Het enige wat ik in twijfel zou kunnen trekken, is de barrage voor de vijfjarigen. Dit jaar was dat geen goede promotie voor onze sport. Je had soms de indruk dat de paarden geduwd of opgejaagd werden, en het oogde niet erg vloeiend. Ik weet niet wat de juiste oplossing zou zijn, maar elk jaar zie je in Lanaken ongelooflijk getalenteerde paarden. Het algemene niveau stijgt elk jaar. De finale voor de zevenjarigen is 100.000 euro waard en het parcours op 1,45 m is écht kampioenschapsniveau: dat is een wereldkampioenschap! Het is geen show, je moet er klaar voor zijn en je op de juiste manier presenteren.
Op vijf-, zes- en zevenjarige leeftijd nam Grandorado deel aan het WK in Lanaken met Willem Greve. © Sportfot
Rijdt uw ruiter enkel de jonge paarden?
Nee, we hebben alle leeftijdscategorieën tot zeven en acht jaar, en soms rijdt hij zelfs meer ervaren paarden. Onlangs gingen we bijvoorbeeld met elf paarden naar Oliva. Maar mijn stallen zijn vrij klein: ik kan slechts achttien paarden huisvesten. Ik werk graag zo, omdat ik dan al mijn aandacht aan mijn paarden kan geven. Ik hou niet van massaproductie.
Welke kwaliteiten moet een goede jonge paarden ruiter volgens u hebben?
Gevoel. Ik denk dat je heel aandachtig moet zijn, de paarden niet mag vervormen en hen zichzelf moet laten zijn, terwijl je hen tegelijk op de juiste manier dingen aanleert en een duidelijk kader bewaart. De gulden middenweg ligt wellicht ergens tussen het Franse en het Duitse systeem!
Zijn er vandaag voldoende goede jonge paarden ruiters en -opleiders?
Nee, dat is precies het probleem! Er zijn heel veel goede paarden, en de fokkerij probeert voortdurend vooruitgang te boeken, met allerlei technieken zoals ICSI of embryotransfers. Maar er zijn niet zoveel ruiters die paarden van vier, vijf of zes jaar willen rijden en hun opleiding willen verzorgen. Het is geen gemakkelijk beroep. Wie eraan begint, moet waarschijnlijk een tiental boxen huren in een stal. Je moet die huur betalen, het strooisel, het voeder, je hebt transport nodig, enzovoort. En uiteindelijk, ondanks de acht- à negenhonderd euro aan stallingskosten die de eigenaars betalen, blijft het moeilijk om er goed je brood mee te verdienen. Ruiters geven veel geld uit, en de eigenaars ook. Degene die de factuur verstuurt, vindt dat hij te weinig overhoudt, en degene die ze ontvangt, zou graag willen dat ze minder hoog is. Het juiste evenwicht vinden is niet eenvoudig. Ik denk dat eigenaars bereid zijn ruiters beter te betalen, op voorwaarde dat het werk echt uitstekend wordt gedaan.
“We proberen de fokkerij voortdurend vooruit te helpen, maar er zijn niet zoveel ruiters die vier-, vijf- en zesjarige paarden willen rijden”, analyseert de Nederlander. © Mélina Massias