AdDisclaimer
//

Willem Greve: "We zijn de kleine fokkers aan het verliezen, en ik denk dat we hen meer moeten waarderen”

Willem Greve, hier naast zijn geweldige Highway, belichaamt perfect wat een echte paardenman is

Copyright: Mélina Massias

- Willem Greve, hier naast zijn geweldige Highway, belichaamt perfect wat een echte paardenman is

In het laatste deel van het grote interview met Willem Greve heeft het over fokkerij, opleiding en de huidige realiteit van de paardensport.

“De echte passie, de vonk die ons ’s nachts wakker houdt, wordt steeds zeldzamer”, Willem Greve (3/3)

Willem Greve behoort tot die ruiters die meteen worden bestempeld als echte paardenmensen zodra hun naam valt. Eerlijk, betrokken en getalenteerd: de Nederlander heeft sinds het begin van de jaren 2010 en zijn doorbraak met de innemende Carambole de top van het springen niet meer verlaten. Sindsdien hebben Zypria S, GrandoradoTN, HighwayTN en recenter Pretty Woman van ’t Paradijs het stokje overgenomen en hem in staat gesteld meerdere grote kampioenschappen te rijden in het oranje van zijn nationale equipe. Gul in zijn uitleg, buitengewoon gepassioneerd en steeds bereid om video’s te delen van paarden die misschien wel zijn toekomstige sterren worden, blijft Willem Greve een kampioen die met beide voeten stevig op de grond staat. Zich bewust van de realiteit binnen de sector, dicht bij fokkers en eigenaars, opgegroeid tussen de paarden – zijn vader Jan, dierenarts, ontdekte tal van grote dekhengsten, waaronder Voltaire – heeft hij alles in zich van de ideale ambassadeur van het jumping.
We ontmoetten hem in de gangen van het CHI Longines Equita Lyon op 31 oktober. De jonge veertiger, bekend om zijn gevoel voor humor, sprak openhartig over zijn paarden, zijn laatste kampioenschappen – waaronder zijn opvallende beslissing tijdens de Olympische Spelen in Parijs – zijn systeem, de fokkerij en de opleiding van jonge paarden. Een gesprek in drie delen, waarvan hier het laatste.

In een eerder interview zei u: “Het echte vakmanschap, dat geduld en kennis vereist, verdwijnt stilaan uit de paardensport.” Wat doet u dat denken en welke oplossingen ziet u?
Voor sommigen is een Instagram-post vandaag belangrijker dan de echte kwaliteit van hun parcours. Dat is iets wat we overal zien, niet alleen in de paardensport. Maar wat motiveert ons om te doen wat we doen? Graag met paarden werken, hen helpen beter te worden, hen begrijpen. Hier in Lyon wacht ik de hele dag om ’s avonds zeventig seconden in de ring te rijden – en misschien maak ik drie fouten. Maar achter dat korte moment onder de spotlights zitten vier jaar werk. De echte ruiters houden ervan paarden te helpen hun beste zelf te laten zien. Maar anderen, die liever goed staan op sociale media, blijven toch hun geld verdienen! Zo worden we steeds meer een elitaire sport. Aan de ene kant is dat niet slecht, want er gaat veel geld in om. Maar geld betekent niet dat het vakmanschap op niveau is. Gelukkig kunnen mensen die dat vakmanschap wél hebben nog steeds van de paarden leven, en de voldoening van goed werk leveren en een paard tot zijn volle potentieel brengen, is wellicht de mooiste beloning. Sommige mensen zijn bereid miljoenen en miljoenen te betalen voor een paard in de hoop dat het werkt en dat ze ermee slagen. Maar in werkelijkheid kennen paarden hun financiële waarde niet!
Persoonlijk werk ik veel liever met een goed vijf- of zesjarig paard, een Pretty Woman of een Grandorado, en begeleid ik het naar de absolute top. Dat geeft me een immense voldoening, meer dan wat dan ook. Ik geniet er ook van sterke combinaties te vormen wanneer ik bijvoorbeeld het perfecte paard heb voor een klant. Hen nadien zien presteren in de ring geeft me enorm veel plezier.

Maar de echte passie, de vonk die ons ’s nachts wakker houdt, die ons ertoe aanzet eindeloos vragen te stellen – welk bit kan ik gebruiken? Waarom gedraagt dit paard zich zo? Moet ik zijn voeding veranderen? Mijn manier van rijden? – en die ons honderden video’s doet bekijken om dat laatste detail te vinden, wordt steeds zeldzamer. De mensen die écht van paarden houden, zijn vaak ook diegenen die het meest succes kennen. Harrie Smolders zei ooit in een interview dat hij in de wolken was wanneer hij het perfecte bit voor een paard vond, omdat we altijd tot in de kleinste details zoeken hoe we de communicatie met onze paarden kunnen verbeteren.

Zelfs als paardenprijzen exploderen, geloof ik oprecht dat er nog altijd een weg is voor de echte gepassioneerden, want passie is de krachtigste motor om ergens in uit te blinken. Als ruiter kun je zóveel leren door gewoon een losrijpiste te observeren. Wat doen Steve Guerdat, Jeroen Dubbeldam, John Whitaker, Scott Brash? Hoe pakken ze hun losrijden aan? Er zijn zoveel waardevolle inzichten te rapen. Maar je moet wel de wil hebben om die te zien en ervan te leren. Ik heb geen wonderoplossing om te voorkomen dat dit vakmanschap verloren gaat. Er bestaat geen recept: je moet simpelweg die intrinsieke passie hebben.

Neem Max Verstappen in de Formule 1: waarom is hij zo goed? Omdat hij zijn wagen kent! Begin dit seizoen liep het helemaal niet bij zijn team. Ze werkten alleen met de simulator en pasten de afstellingen daaraan aan. Maar toen zetten ze de computers opzij en liet Max de auto spreken. De afstellingen werden gebaseerd op zijn gevoel in de realiteit. En hoewel er nog maar vier races te gaan zijn (interview afgenomen op 31 oktober, vóór de GP van Brazilië waar Verstappen derde werd, red.), maakt hij nog altijd kans om wereldkampioen te worden.
Hetzelfde met Steve Guerdat: hij is zo goed in wat hij doet omdat hij van zijn paarden houdt en zij van hem. Hij weet wat hij wil – presteren – en hij bereikt dat. Dat is horsemanship, een echte paardenman zijn. En het is ook om die reden dat ik niet van start ben gegaan op de Olympische Spelen. Mijn gevoel was niet goed. Grandorado duwde niet, ik had mijn gebruikelijke galopgevoel niet en ik merkte dat er iets niet klopte. Ik rijd hem al negen jaar en voel dat onmiddellijk. Ik moest die beslissing nemen de avond vóór de teamwedstrijd, terwijl de druk enorm was. Onze eigenaars rekenen op ons, er is de pers, de supporters… Maar ik had gelijk. Intuïtie heeft altijd gelijk.

“Ik vind het leuk om een heel goed vijf- of zesjarig paard te ontdekken, een Pretty Woman of een Grandorado, het te begeleiden in zijn ontwikkeling en er een superster van te maken”, zegt Willem Greve over de aankoop van al dure topsportpaarden. © Mélina Massias

 “We jagen allemaal het wereldklassement, het prijzengeld en de roem na, maar uiteindelijk is het soms beter om gas terug te nemen”

De internationale kalender wordt steeds drukker. Dit weekend, zoals zovele anderen, concurreert de CSI 5-W van Lyon met twee andere evenementen van hetzelfde niveau. Sommige ruiters nemen zelfs deel aan twee wedstrijden tegelijk, in hetzelfde weekend, en pendelen voortdurend heen en weer. Wat doet dat met u?*

Dat is niets voor mij. Ik ben graag thuis, ik werk en train mijn paarden, ga naar concours, kom terug naar huis, werk opnieuw… enzovoort. Ik had het er gisteren nog over met Jeroen, die terecht opmerkte dat paarden tegenwoordig meer tijd in het vliegtuig doorbrengen dan thuis in training! Hetzelfde geldt voor de grooms en vele anderen in de sport.
We jagen allemaal achter het wereldklassement, het prijzengeld en de roem aan, maar uiteindelijk is het soms beter om even gas terug te nemen. Wij zijn verantwoordelijk voor onze keuzes. Ik bouw liever goede paarden op dan concours na concours af te werken. Het aantal CSI’s is overdreven, en het is aan de ruiters, de eigenaars en de sponsors om te zeggen: “laten we het niet overdrijven!”.
Harrie rijdt een tiental concoursen per jaar met Monaco. Hij weet perfect wat hij doet. Elk weekend op concours gaan, ver van huis, is uitputtend voor iedereen: paarden, grooms en ruiters.

Zoals zovelen bood het eerste weekend van november twee CSI 5-wedstrijden: die van Lyon en die van Riyad. © Mélina Massias**

Wat betreft de grooms: hoe beheert u hun werkdruk, vooral tijdens indoorconcoursen die vaak heel laat eindigen, bovenop de vele uren op de weg?

Dat is typisch voor indoorwedstrijden… Ik vind dat de FEI strikte regels zou moeten opleggen – zonder uitzonderingen – die bepalen dat het laatste paard niet later dan 22u30 of uiterlijk 23u de ring in mag.
Grooms rijden ontzettend veel, dragen grote verantwoordelijkheden en hebben extreem lange dagen. Ook dat is onze verantwoordelijkheid als ruiters. Je kunt bijvoorbeeld een transportbedrijf inschakelen zodat zij niet hoeven te rijden.
Op concours voeren de grooms ’s ochtends de paarden, stappen ze de hele dag, doen ze de stallen, verzorgen ze alles, en proberen ze even uit te rusten in hun klapstoeltjes wanneer het kan, wachtend op de avondproeven. Daarom hou ik van driedaagse concoursen waar alles vlot verloopt, of zelfs van nationale wedstrijden waar ik zes tot acht paarden per dag kan rijden.

Al meerdere jaren kan Willem Greve rekenen op Richard Skillen, de beschermengel van zijn paarden. © Mélina Massias

In deze ratrace, nemen ruiters voldoende tijd om van hun successen te genieten?

Goede vraag! Ik denk dat we onze successen vooral achteraf beseffen, wanneer het even niet zo goed gaat. Een goede prestatie geeft adrenaline en de drang om het opnieuw te doen. We zijn altijd gehaast, altijd bezig, maar dat is overal zo in het leven. Iedereen is gehaast en wil alles zo snel mogelijk doen. Maar uiteindelijk sterven we allemaal ooit. Ik begin me dat nu meer bewust te worden.
Vroeger, als ik wist dat ik naar Lyon kwam, zou ik alles op alles hebben gezet om paarden in de regio te proberen! Wanneer je overal rondreist, besef je soms niet goed wat je doet of waar je bent. Het is een beetje gek.

Kunt u toch af en toe rustdagen nemen?

Ja, maar dan kijk ik naar ClipMyHorse! (lacht)
Eerlijk: we zijn vijf dagen op vakantie geweest in Marbella, en dat was heel erg fijn. Maar paarden zijn geen werk; ze zijn ons leven, onze passie.

« Paarden zijn geen werk; ze zijn ons leven, onze passie,” prijst de Nederlander. © Dirk Caremans / Hippo Foto

Naast de veulens van Pretty Woman van ’t Paradijs, bent u nog meer betrokken bij de fokkerij?
Ja, ik heb enkele fokmerries, waaronder de stam van Elien (Carambole x Mermus R) en een familielijn ontwikkeld door mijn vader, waarmee ik ook fok.
Ik doe embryo-implantaties met goede sportmerries zoals Cadeauminka (Kannan x Jodokus), Bandia (Clinsmann x Quintero) en High Five (geboren als Houlon Pina, Toulon x Burggraaf).
Elk jaar koop ik ook enkele veulens, om op een totaal van vijftien tot twintig paarden per generatie uit te komen. Niet alle jonge paarden halen de topsport, maar dat hoort erbij. Ik probeer altijd een groep goede paarden voor de toekomst op te bouwen, want ze worden steeds moeilijker te vinden. Opleren tot drie jaar is geen probleem, maar daarna wordt het lastiger.
Zoals we al bespraken: het is moeilijk om de juiste persoon te vinden om jonge paarden te beleren, en daarna op te leiden op vier-, vijf- en zesjarige leeftijd.

On The Spot (Diamant de Semilly x Windows vh Costersveld, alias Cornet Obolensky) is een kleinzoon van Elien, de voormalige wedstrijdmerrie van Willem Greve. © Dirk Caremans 

Zonder fokkers zouden er geen paarden zijn. Toch blijven zij vaak in de schaduw. Wat zou volgens u kunnen worden gedaan om hen meer erkenning te geven?
Ik denk dat er twee soorten fokkers zijn: degene die zoveel mogelijk geld wil verdienen, en degene die de beste mogelijke kruising wil vinden voor zijn merrie, die hij door en door kent. Die laatste wil het beste paard fokken dat hij kan, vóór hij denkt aan het geld dat hij kan verdienen met de verkoop van een veulen.
Vandaag worden steeds meer paarden gefokt vanuit een puur commerciële insteek, waarbij men enkel kijkt naar de namen van de hengsten op de papieren. De merries worden bomen waarvan men de vruchten – of eerder de embryo’s – oogst. Natuurlijk komen daar goede sportpaarden uit, maar de visie van de kleine fokkers is anders, en we zijn deze mensen aan het verliezen. Ik denk dat we hen meer moeten koesteren.

Het volstaat om naar King Edward te kijken om dat te begrijpen!
Iemand zou moeten analyseren waar de beste paarden ter wereld zijn geboren: Uit welke lijnen komen ze? Zijn ze duur verkocht? Wat was hun omgeving?

Er komt zoveel meer kijken dan alleen genetica.
De afkomst en de omstandigheden waarin een paard wordt grootgebracht, zijn van groot belang.

Fokkers zouden daarvoor beloond moeten worden, maar ze moeten zich ook kunnen verheugen wanneer hun paard op een goed niveau presteert.

Is het verstandiger een veulen van 8.000 euro te kopen of één van 40.000?
Op die leeftijd kun je naar de afstamming kijken, naar de beweging, het model en de benen. De prijs van embryo’s is niet realistisch. Alleen rijke mensen kunnen zoveel investeren, en de meesten van hen zijn geen paardenmensen. Daardoor komt het veulen vaak op de verkeerde plek terecht en zien we het nooit meer terug, ondanks zijn droomgenen.

Voor een fokker is niets waardevoller dan een sportief presterend paard. Dat heeft meer waarde dan geld.
Als je aan de fokker van King Edward (Wim Impens) zou vragen of hij liever 100.000 euro zou ontvangen zonder dit paard ooit te hebben gefokt, of het geluk zou willen hebben dat het wél te hebben gedaan, dan zou hij voor dat laatste kiezen. Trots en passie zijn niet te koop.

Willem Greve betreurt het verdwijnen van de kleinschalige fokkers die hun paarden door en door kennen. © Mélina Massias


Events

Laatste nieuws

Laatste nieuws