Een decennium van dominantie: drie vaste waarden
Wanneer we de rankings van 2016 tot 2026 naast elkaar leggen, vallen drie stamboeken meteen op: KWPN, Selle Français en BWP.
Het KWPN domineerde het begin van de periode (2016–2019) en stond meerdere jaren onafgebroken op nummer één. Het Selle Français nam vanaf 2020 duidelijk de leiding over en wist die positie tot vandaag grotendeels vast te houden. Het BWP bleef bijzonder constant en bevestigt zich al tien jaar als vaste waarde in de top drie.
Wat opvalt: hoewel de volgorde wisselt, blijft de topstructuur opvallend stabiel. De internationale springsport wordt al een decennium lang gedragen door dezelfde kern van stamboeken.
De opmars van Zangersheide
Een van de grootste evoluties is die van Zangersheide. In 2016 nog vijfde met een duidelijke achterstand, in 2026 opgeklommen tot vierde, met een veel kleinere kloof ten opzichte van de top drie. Deze groei is geen toeval. Zangersheide combineert een open fokbeleid met een sterke internationale positionering en branding, wat resulteert in zowel meer paarden als meer prestaties op topniveau.
Subtop: stabiel maar op afstand
Net achter de kopgroep vinden we stamboeken zoals Holsteiner Verband en Oldenburger Springpferd. Holstein blijft een vaste waarde dankzij zijn sterke genetische fundament. OS groeit gestaag en verstevigt zijn positie in de top zes.
Daarachter volgen stamboeken zoals Westfälisches Pferdestammbuch, Hannoveraner Verband en Irish Sport Horse, die consistent aanwezig zijn maar zelden doorstoten naar de absolute top.
Schaal versus efficiëntie
Wanneer we niet alleen naar inkomsten, maar ook naar het aantal paarden kijken, ontstaat een interessante nuance.
In 2016:
KWPN en SF beschikten over de grootste populaties (±5700 en ±5100 paarden)
BWP volgde met een kleinere maar efficiënte groep
In 2026:
SF groeit naar meer dan 7400 paarden en wordt duidelijk de grootste speler
Zangersheide maakt een enorme sprong naar meer dan 6200 paarden
KWPN blijft stabiel
BWP groeit beperkt en blijft rond 3900 paarden
| Rank | Studbook | Earnings | # Horses |
|---|---|---|---|
| 1 | SF (Selle Français) | €28,667,621 | 7420 |
| 2 | BWP (BWP) | €24,959,085 | 3955 |
| 3 | KWPN (KWPN) | €23,297,052 | 6178 |
| 4 | Z (Zangersheide) | €22,001,288 | 6266 |
| 5 | OS (Oldenburger Springpferd) | €15,282,824 | 2913 |
| 6 | Holst (Holstein) | €13,728,831 | 2717 |
| 7 | Westf (Westfalen) | €5,809,126 | 1201 |
| 8 | ISH (Irish Sport Horse) | €5,462,844 | 1147 |
| 9 | Hann (Hannover) | €5,191,277 | 1536 |
| 10 | sBs (Le Cheval de Sport Belge) | €3,132,504 | 875 |
Certified by Hippomundo © 2026
De conclusie is duidelijk: groei in aantallen speelt een sleutelrol in het behalen van totale inkomsten. Maar schaal alleen is niet voldoende. BWP bijvoorbeeld behaalt al jaren topresultaten met een relatief kleinere populatie, wat wijst op een sterke efficiëntie per paard. Zangersheide daarentegen combineert groei met prestaties en verkleint zo de kloof met de traditionele top.
Conclusie: een verschuivend krachtenveld
Wat deze tien jaar vooral aantonen, is dat dominantie in de springsport geen vast gegeven is, maar het resultaat van voortdurende evolutie. De gevestigde waarden blijven overeind, maar de verschillen worden kleiner en de concurrentie scherper.
Waar vroeger enkele stamboeken duidelijk de toon zetten, zien we vandaag een breder en dynamischer speelveld. Groei, internationalisering en strategische fokkeuzes bepalen steeds meer wie aansluiting vindt bij de top.
De toekomst lijkt dan ook niet alleen te liggen bij de grootste of meest traditionele stamboeken, maar bij diegenen die het best weten te combineren: kwaliteit, schaal en visie.
Bron: Hippomundo