En of Jos Verlooy zich al heeft bewezen. Hij is nu 30 en viervoudig Belgisch kampioen. 5 Jaar geleden was hij de beste U25 ruiter op de wereldranglijst. Zijn resultaten zeggen alles: Jos was 17 en junior toen hij als jongste landgenoot ooit deelnaam aan het EK seniors, waar hij als beste Belg uitkwam. Op z’n 18e won hij zijn eerste vijfsterren GP, in Los Angeles. Olympisch en Europees kampioen Steve Guerdat stond naast hem op het podium als tweede. Op het EK in Rotterdam in 2019 was Jos Verlooy de jongste ruiter ooit die goud en brons won. Met dank aan Igor die van hem een andere ruiter en mens maakte. ‘Paarden zoals Igor geven je vertrouwen waardoor je zelfverzekerder wordt. Ze kunnen je echt vormen als mens, blikt Jos Verlooy terug. Paarden kunnen voor mensen het verschil maken.'

Sjotten en ravotten
En toch had Jos Verlooy aanvankelijk geen goede eerste herinnering aan Euro Horse: ‘Ik was hier niet graag (lacht). Omdat ik altijd werd weggestuurd, ik mocht niks. Ze waren in de piste aan het rijden en ik mocht er niet met mijn bal sjotten. Met mijn fietsje in het zand van de binnenpiste crossen was evenmin toegelaten. Ik bleef aanvankelijk zo ver mogelijk weg van de stal. De vriendjes van mijn klas speelden voetbal en ik dus ook. Paarden interesseerden me niet. Ik vond het zelfs iets voor meisjes. Als ik in het weekend toch eens met mijn pony had gereden, vertelde ik dat nooit in de klas. Ze zouden me uitgelachen hebben. Neen, sjotten en ravotten was mijn ding. Tot mijn ouders me meenamen naar een wedstrijdje waar we over balkjes en cavaletti moesten rijden en dat vond ik wel tof. De volgende keer bleef ik zo lang over de balkjes rijden, dat de speaker omriep dat ik de piste moest verlaten.’

Harrie Smolders, mijn grote voorbeeld
De kleine Jos had één groot voordeel; Harrie Smolders reed toen voor Euro Horse en hij heeft Verlooy alles geleerd. ‘Heel spelenderwijs. Dan legde hij een briefje op de grond waar ik moest afzetten voor de sprong en dat was een uitdaging. Harrie Smolders was mijn grote voorbeeld waar ik me aan spiegelde. Zo kreeg ik de smaak te pakken. Rond m’n 12e kreeg ik Lobeem Shamrock. Twee maanden later was er het BK en won ik brons. Weer enkele maanden later sprong ik het EK. Dat niveau motiveerde me wel.’

Je kan geen twee dingen goed doen
En zijn voetbalcarrière? ‘Mijn bompa zaliger zei dat ik moest kiezen, omdat je geen twee dingen goed kan doen. Je kan geen profruiter én profvoetballer worden. Ik heb gekozen voor de paarden en dat was eventjes moeilijk. Al mijn vrienden speelden voetbal. Vanaf mijn twaalfde reed ik na school toch drie, vier pony’s en paarden. ‘Die eerste medaille op het BK, ook al was het maar bij de pony’s, deed me beseffen dat ik een goede ruiter kon worden.' Als ik iets doe, wil ik het goed doen en de beste zijn. Ik zou nooit tevreden zijn met een carrière op twee en driesterren. Daarbij kwam dat ik speelde bij de duveltjes van FC Grobbendonk, een heel slechte ploeg. We verloren elke match met minstens 10-0. Dat was nog erger dan FC De Kampioenen. Slechter kon het niet worden, paardrijden zou altijd beter gaan.
Verkeerde mentaliteit
En toch had Jos Verlooy aanvankelijk niet de juiste mentaliteit? ‘Dat is een understatement! Ik wilde altijd winnen en als dat niet lukte, werd ik kwaad. Nooit op mijn pony of paard, wel op mezelf. Wat een mentaliteit had ik toen. Als je als ruiter kwaad wordt omdat je niet wint, ben je echt niet goed bezig. Het moest en ik legde me te veel druk op. Niet echt de juiste insteek voor een ruiter. Hoe vaak heb ik zondagavond niet gezegd dat ik ging stoppen omdat ik één balk had in de GP. Op zich vind ik dat geen slechte mentaliteit. Het toont je gedrevenheid, al moet je dat kunnen doseren. Ik reed om te winnen en werd kwaad als ik tweede of derde werd. Harrie Smolders was de enige die dan iets mocht zeggen. Van hem aanvaardde ik dat, omdat hij altijd iets nuttig en bruikbaars zei. Harrie kon mij rustig maken. Hij was de enige waar ik naar luisterde. Het was pure frustratie omdat ik mezelf zo onder druk zette.
Ik werd zondagmorgen wakker en vertelde dat ik ’s namiddags de Grote Prijs zou winnen en dat zat de ganse dag in mijn hoofd. Tja, wat wil je dan als het niet lukt? Het rare is dat iedereen wist dat ik niet zou winnen, omdat ik nog te jong was, of mijn pony niet goed genoeg was. Dus zelfs als ik voor een quasi onmogelijke opdracht of uitdaging stond, maakte ik mezelf wijs dat ik toch ging winnen. Omdat ik wou bewijzen dat ik het wel zou kunnen.
Nu ik daar op terugblik, dit gesprek is wel een reële confrontatie. In die periode was mijn mama bang en bezorgd omdat ik zo extreem was in mijn drang en drive. Het verschil met vandaag is dat ik me vroeger absoluut wilde bewijzen. Na het goud en brons op het EK van 2019 heb ik me dankzij Igor bewezen en dat was een mentale bevrijding. Daar is de zware druk van mijn schouders gevallen. Igor is in die context een grote leermeester geweest.
Met paarden weet je dat resultaten niet op bestelling komen
‘Ik besef inmiddels dat wij afhankelijk zijn van ons paard en ik ben me zeer goed bewust van zijn kwaliteit, ervaring, vorm en gezondheid. Ik heb altijd een grote bewijsdrang gehad. Dat heeft me in het verleden parten gespeeld. Ik hunkerde naar erkenning en door mijn drang om me te bewijzen heb ik veel verloren. Dat werkte contraproductief. Na het EK in 2019 had ik me bewezen en dat laat me nu toe om te relativeren. Ik kan mijn huidige status een plaats geven. Ik weet nu wat ik kan en dat ik ook zal terugkomen. Met paarden weet je dat resultaten niet op bestelling komen. Onze carrière verloopt in cycli en dat wordt bepaald door de paarden. Momenteel beschik ik niet over een Igor en ik blijf daar rustig onder. Ik zit in een opbouwfase en trek me op aan beloftevolle jonge paarden. Als je jong en ambitieus bent, heb je slechts één doel voor ogen: het allerhoogste. Op je 30e stel je je doel bij. Of beter, stel je realistische doelen in functie van je paarden. En kan je blij zijn met een fatsoenlijke foutloze ronde van een jong paard. Ik kan nu genieten van het proces om een paard van 1* naar 5* te laten groeien.’
Kritiek heeft me sterker gemaakt en motiveerde mij
Jos Verlooy was junior toen de zevenjarige Domino in zijn leven kwam. Het werd vrij snel duidelijk dat hij met Domino zijn ambities zou kunnen waarmaken. ‘Enkele jaren later waren we er klaar voor, maar ik was 17 en reglementair te jong om in Europa vijfsterren te springen. Ik geraakte ook nergens binnen. Dan ben ik bewust enkele weken naar Calgary afgereisd waar dat wel toegelaten was. Ik sprong er mijn eerste vijfsterren GP’s: tweemaal foutloos en eenmaal met één strafpunt tijd. Zo werd ik reserve voor het EK en zat ik finaal in het team. Mijn ambitie werd niet door iedereen in dank afgenomen. Het heeft me veel kritiek opgeleverd. Uitgelachen zelfs, van mijn selectie voor het EK in Herning tot het EK in Rotterdam. Aan de andere kant, die kritiek heeft me sterker gemaakt en motiveerde mij. Als je topsport ambieert, moet je leren incasseren. Die eigenschap moet je hebben, anders lukt het niet. Naast kritiek moet je ook kunnen omgaan met afgunst en jaloezie. Toen Domino werd verkocht, vertelde iedereen dat ik ook van het internationale toneel zou verdwijnen. Gelukkig kunnen we antwoorden in de piste. Enkele maanden na de verkoop van Domino, werd ik met Caracas tweede in de GCT GP van Mexico. Een mooier antwoord kan je niet geven aan de criticasters. Mij motiveert dat. Sportief resultaat valt of staat met een goede mindset.
Na Domino werd Igor de volgende mijlpaal in het leven van Jos Verlooy:
‘De fokker, Maarten Van Waes, belde mijn papa om te zeggen dat hij een vierjarige Emerald had. Igor komt uit de eerste jaargang van Emerald. Papa krijgt quasi dagelijks verzoeken om naar paarden te gaan kijken. Dat hij toch naar Igor reed, was gewoon omdat hij een zoon van Emerald is. Er zijn veel fokkers die een paard aan papa voorstellen en als het een Emerald is, is papa altijd net iets meer geïnteresseerd. Hij is toen met Harrie (Smolders, red.) Igor gaan proberen. Igor toonde wel kwaliteit, maar was vooral een speelvogel. Heel groen ook en Igor vertrouwde het op dat moment niet allemaal. Kijken, de uitgang opzoeken, spinnen, hoofd tussen de benen. ‘Ik kan er niks mee doen’, zei papa tegen de fokker, maar hij voegde er wel iets aan toe: ‘leidt Igor nog een jaar op en bel ons volgend jaar als hij een parcours kan springen en braaf is. Dan geef ik je het dubbele van wat je nu vraagt.’ Igor was als vierjarige niet te beoordelen. Dat was dus de afspraak en een jaar later belde Maarten Van Waes effectief terug. Ik heb hem dan voor het eerst gezien en heb effectief een parcours kunnen springen. Als vierjarige kon hij mijn papa niet echt overtuigen, een jaar later hoefde Igor niet veel te doen om mij te overtuigen.
Igor was heel voorzichtig, dat viel meteen op. En hij kon zijn lichaam heel lang maken. Igor had meer souplesse en is atletischer dan zijn vader. Verkocht dus! Dan begon het pas. Igor was vijf jaar en ik neem de paarden over als ze zeven zijn. Onze stalruiters hebben er mee afgezien. Igor liet ze allemaal in het zand bijten. Dat was geen dagelijkse, maar toch wekelijkse kost. Karakter had hij wel. Iets te veel been geven en je vloog er af. Een zweepje om hem aan te moedigen, liever niet als je wou blijven zitten. De eerste drie jaar heb ik Igor niet gereden. Op het einde van zijn acht jaar, heb ik de teugels overgenomen. Onze eerste wedstrijd was een proefje van 1.20m. Ik weet nog dat ik toen tegen collega’s vertelde dat Igor het beste paard is waar ik ooit mee gereden heb.
We gingen naar de Sunshine Tour en daar heeft hij mijn papa ook overtuigd. Igor was geen handelspaard meer, maar een sportpaard. Ik weet dat het moeilijk is om een paard dat 1.20m springt in te schatten. Toch wist ik het op dat ogenblik al van Igor. Alles in hem vertelde mij dat hij een grote zou worden. Domino bijvoorbeeld, sprong even spaarzaam over 1.20m als over 1.60m. Van Domino kon je dat niet zeggen, van Igor wist ik het zeker. Toen Igor aan zijn eerste vijfsterren seizoen begon, volgde het ene bod na het andere. Gelukkig had Graziella Janssen hem voor de helft gekocht en kon Igor blijven voor de sport. Dat Graziella Janssen mede-eigenaar werd, bracht gemoedsrust. Je kent dat, je hebt niet de intentie om te verkopen, maar elk nieuw bod was hoger dan het vorige en dan wordt het moeilijk om nee te blijven zeggen.’
Met Igor was het aanvankelijk geen walk in the park. ‘Hij liet zich bijvoorbeeld niet graag dressuurmatig rijden. 20 Minuten tolereerde hij. Maakte er geen 40 minuten van, want dan werd hij ambetant. Wandelen in het bos aan de lange teugel vond hij wel plezant. Mijn grote geluk was dat Igor een kopie was van zijn vader Emerald. Als je vervolgens Harrie hebt als trainer, krijg je er een perfecte handleiding bij.
Domino is een lief, bescheiden paard. Igor was een macho. Als hij een mens zou zijn, zou je zeggen dat hij een dikke nek heeft. Hij wist dat hij goed was. Domino is altijd blij als hij je ziet, Igor kon je soms negeren. Aan de andere kant, hij wist wanneer hij moest optreden en genoot van de spotlights. Hij voelde zich dan ook een vedette. Thuis daarentegen, in de luwte, was hij eerder aan de luie kant, zelfs nonchalant. Paarden zoals Igor geven je inzicht in de psyche, laten je nadenken en sporen je aan om hen te doorgronden. Als ze dat herkennen, geven ze je vertrouwen waardoor je zelfverzekerder wordt. Ze kunnen je echt vormen als mens en daar ben ik ze dankbaar voor.
Bron: Paardensport Vlaanderen