AdDisclaimer
//

Cyril Gavrilovic: "De eventing is voortdurend in beweging"

"Sinds 2024 heb ik het gevoel in een soort ingewikkelde spiraal terecht te zijn gekomen", Cyril Gavrilovic

Copyright: Hippo Foto - Dirk Caremans

- "Sinds 2024 heb ik het gevoel in een soort ingewikkelde spiraal terecht te zijn gekomen", Cyril Gavrilovic

Tussen twee culturen en in het hart van een sport in volle transformatie baant Cyril Gavrilovic zich een weg. Gevestigd in Frankrijk maar trouw aan de Belgische kleuren, combineert de eventingruiter het opleiden van jonge paarden met topsportambities en veerkracht in het aangezicht van tegenslagen. In dit openhartige gesprek blikt hij terug op zijn parcours, de opmars van de Belgische eventing, de invloed van nieuwe mediafiguren en de uitdagingen van een discipline in voortdurende evolutie.

Het Franse publiek ziet u vaak in actie onder de Belgische kleuren. Frans-Belg: bent u in Frankrijk gevestigd?

Mijn moeder was Frans, maar mijn vader is in België geboren, net als ikzelf, en daar heb ik tot mijn achttiende gewoond. Het is in België dat ik mijn eerste juniorenwedstrijden heb gereden en mezelf een naam ben beginnen maken. Vervolgens heb ik tussen 2010 en 2013 mijn opleiding in Saumur gevolgd, voordat ik in Engeland bij William Fox-Pitt aan de slag ging. Onder de begeleiding van een voormalig nummer één van de wereld heb ik enorm veel geleerd. Daarna ben ik teruggekeerd en hebben zich meerdere kansen voorgedaan om me in Frankrijk te vestigen. Eerlijk gezegd miste ik België als land niet echt, want naarmate ik ouder werd, had ik er minder banden. Ik heb Frankrijk en al zijn rijkdom leren waarderen, zodanig dat ik me vandaag diep verankerd voel in beide culturen. Mijn vrouw en ik hebben ook de kans gekregen om tweeëndertig hectare in de Charente te verwerven, een ideale omgeving voor onze paarden. Deze vestiging in Frankrijk is dus heel natuurlijk verlopen.

Wat heeft uw vestiging in Frankrijk concreet veranderd aan uw rijkunst en uw kijk op het vak?

Ik heb me ook in Frankrijk gevestigd vanwege mijn activiteit, die voornamelijk gericht is op het opleiden van jonge paarden. In 2025 had ik bijvoorbeeld acht jonge paarden die zich voor de finale geplaatst hadden, en ik beschik bovendien over het SHF-label. Deze erkenning en certificering zijn belangrijk ten aanzien van de eigenaars en fokkers met wie ik samenwerk. In België bestaat er in de eventing geen echt circuit dat specifiek is ontworpen voor jonge paarden. Ik maak dan ook intensief gebruik van het Franse SHF-circuit, dat in mijn ogen een van de meest doorontwikkelde systemen in Europa is om jonge paarden op te leiden. In het springen beschikt België over een sterk uitgebouwd circuit voor jonge paarden, maar in de eventing is dat niet het geval. In Duitsland bijvoorbeeld is het systeem anders: zij hanteren een aanpak die dicht bij de hunterstijl op het cross-country aanleunt om jonge paarden voor te bereiden. In België, toen ik nog jonge paarden opleidde, namen zij deel aan dezelfde proeven als de oudere paarden, met enkel een aparte rangschikking. Vandaag is zelfs dat verdwenen. Onze nieuwe bondscoach, Kai Steffen Meier, probeert juist hier verandering in te brengen. Op basis van zijn Duitse ervaring heeft hij deze aanpak getest tijdens twee wedstrijden in Arville, bij hem thuis, geïnspireerd op het Duitse model. Het initiatief kende een echt succes. Het is nu te hopen dat deze dynamiek zich voortzet om de opleiding van onze jonge paarden te verbeteren.

Wat bepaalt vandaag uw identiteit als Frans-Belgische ruiter?

Oorspronkelijk was er in België minder concurrentie om door te stoten naar het hoogste niveau, simpelweg omdat het een kleiner land is. We beschikken niettemin over zeer goede paarden en over een fokkerij met een echte identiteit. Vandaag klopt het steeds minder dat de toegang tot het topniveau makkelijker is. Steeds meer Belgische ruiters nemen deel aan CCI 4*-wedstrijden, met meer paarden en een voortdurend stijgend niveau. We worden duidelijk omhoog getrokken door de dynamiek die Kai Steffen Meier en zijn echtgenote Lara de Liedekerke teweegbrengen. Sinds haar historische overwinning voor België op de CCI 5* van Luhmühlen in 2024, gevolgd door een ongekende reeks successen in 2025, heeft Lara aanzienlijk bijgedragen aan de vooruitgang van de Belgische ruitersport en de hele discipline omhoog getrokken.

Vertegenwoordigt Lara de Liedekerke eerder een uithangbord of een echte locomotief voor de Belgische eventing?

Lara is uiteraard zowel een locomotief als een uithangbord! Wanneer ze aan een wedstrijd deelneemt, weet je dat ze er is om te presteren. Maar zoals ik al zei, ze trekt de Belgische eventing omhoog, vooral omdat deze discipline alleen maar vraagt om zich verder te ontwikkelen. Er is een "Lara-effect", maar er is ook een wedijver die door haar man, de bondscoach, op gang wordt gebracht. Hij trekt iedereen omhoog: het maakt zin om zichzelf te overstijgen en in zijn kielzog vooruit te gaan. Dat moet trouwens niet altijd eenvoudig zijn met een Federatie die al vele jaren op een bepaalde manier functioneert… Vandaag hebben we steeds meer jonge Belgische ruiters die het 4*-niveau bereiken. Het is trouwens waarschijnlijk de eerste keer dat België met een medaille terugkeert van het Europees kampioenschap voor junioren. We zitten duidelijk in een opwaartse beweging, dat staat vast.

In het dressuur is Justin Verboomen een waar mediafenomeen geworden. Hoe kijkt u als eventingruiter naar deze opkomst?

Het dressuur was vroeger niet noodzakelijk de discipline die ik het meeste volgde, maar sinds de komst van Justin aan de top interesseer ik me er meer voor. Hij is een vrij ongelooflijke ruiter in die zin dat hij zich vanaf zijn aankomst op het allerhoogste niveau onmiddellijk heeft opgewerkt tot bij de besten – met een zeer moderne rijstijl – die al jaren aan deze proeven deelnemen. Met hem als vaandeldrager beseffen we dat het Belgische dressuur voortaan deel uitmaakt van de wereldtop. Ik hoop trouwens dat dit vruchten zal blijven afwerpen tot aan de Olympische Spelen van Los Angeles in 2028. Bovendien zegt hij zijn paard niet te willen verkopen. Hij blijft verankerd in een logica van plezier en een sportief project op lange termijn, en voor het Belgische dressuur is dat opmerkelijk.

Hoe zou de Belgische eventing zich volgens u kunnen laten inspireren door de zichtbaarheid van Justin Verboomen?

Het aantrekken van sponsors en de media-erkenning maken het vandaag mogelijk om een echt imago op te bouwen, en Justin toont dat perfect aan. Op dat vlak is het een zeer modern fenomeen. Sociale media, ook al kunnen ze soms gevaarlijk zijn, maken het mogelijk om over zichzelf te doen praten en, indien mogelijk, op positieve wijze (lacht). Het idee voor ons zou zijn om ons te laten inspireren door deze persoonlijkheden die opvallen en te proberen de dynamiek die zij teweegbrengen te volgen, om zo ook onze eigen zichtbaarheid te verbeteren. Maar we moeten ook goed kijken naar wat de Engelsen doen, die de referentie blijven in onze sport. Uiteindelijk zou het beste waarschijnlijk zijn om al die invloeden te kunnen mengen. We moeten echter voorzichtig blijven, want aan de overkant van het Kanaal is de opvoeding rond de eventing anders. In Engeland maakt de eventing werkelijk deel uit van de cultuur. Eigenaars kopen vaak een paard in de eerste plaats voor het plezier het in competitie te volgen. Op het Europese vasteland is de relatie doorgaans anders: eigenaars komen eerder met het idee een paard ter beschikking te stellen met het oog op een doorverkoop op een bepaalde leeftijd. De Europese aanpak is dus vaker gericht op een economisch doel, terwijl Groot-Brittannië een meer passionele en culturele visie op de eventing behoudt.

Hoe pakt u dit seizoen 2026 aan? In welke dynamiek bevindt u zich vandaag?

Sinds mijn selectie voor de Olympische Spelen van Parijs 2024 met Elmundo de Gasco (SF, Dollar de la Pierre x Baloubet du Rouet), die zich tijdens de voorbereiding drie dagen voor ons vertrek blesseerde, heb ik het gevoel in een soort ingewikkelde spiraal terecht te zijn gekomen waar het moeilijk is uit te geraken. Vorig jaar liep mijn merrie Gatine de l'Aubrée (SF, Canturo x Lavillon), die geselecteerd was voor het Europees kampioenschap, een luchtweginfectie op vlak voor de laatste voorbereidingswedstrijd. Aangezien ze onder behandeling stond, kon ze niet deelnemen aan de wedstrijd van Blenheim. Vervolgens, tijdens de winter, kreeg ze een nieuw probleem dat een operatie vereiste. Mijn olympisch paard heeft zijn werk hervat en heeft zijn eerste eventingwedstrijd sindsdien gereden, maar de controle-echografie stelt ons niet helemaal tevreden. Hij is dus opnieuw aan een specifiek behandelingsprotocol begonnen, waardoor hij niet beschikbaar is voor het wereldkampioenschap deze zomer (dat in augustus in Aken zal plaatsvinden, n.v.d.r.). Sinds 2023 maak ik dus een moeilijke periode door om bij de nationale ploeg aan te sluiten tijdens de grote afspraken, aangezien mijn twee toppaarden geblesseerd zijn. Ik probeer desondanks terug te veren. Ik heb het geluk jonge paarden te kunnen opleiden en in 2025 heb ik onder meer een Top 10 behaald op het WK in Le Lion d'Angers met een zesjarig paard (Joy d'Austral, vandaag zeven jaar oud, n.v.d.r.). Dit seizoen bereid ik nu de zevenjarigen voor, ook al is dat paard eveneens bestemd voor de verkoop, dus niets is ooit helemaal zeker. Ik heb ook nog een ander zesjarig paard dat ik dit jaar hoop te zien op het wereldkampioenschap. Voor het allerhoogste niveau beschik ik daarentegen vandaag nog niet over een volledig klaargestoomde opvolger. Het doel is dus geleidelijk mijn geblesseerde paarden terug te brengen naar het hoogste niveau, terwijl ik de jongere laat groeien zodat ze ervaring kunnen opdoen. We hebben nog geen voldoende doorontwikkeld systeem om permanent over een opvolging te beschikken die klaar is om op grote evenementen te presteren, maar we zijn dat juist aan het opzetten.

Verplicht het moderne topniveau dus uiteindelijk om het beroep van eventingruiter voortdurend te heroverwegen?

Ik ben constant op zoek naar oplossingen om nieuwe paarden, sponsors of eigenaars te vinden. In mijn ogen volstaat het niet meer om goede paarden te hebben om zich aan de top te kunnen handhaven. Je moet voortaan in staat zijn jezelf te omringen met een echt team, met eigenaars die zin hebben om een sportief avontuur op lange termijn te beleven, en tegelijkertijd de paarden de best mogelijke omgeving bieden, met name op het vlak van verzorging en opvolging.

"Het Europees kampioenschap van Le Pin blijft mijn mooiste herinnering", Cyril Gavrilovic

Welke prestatie blijft tot op vandaag het sterkst in uw geheugen gegrift?

Er zijn er meerdere geweest, maar ik zou ongetwijfeld het Europees kampioenschap van Le Pin in 2023 kiezen, met Elmundo, die toen pas negen jaar oud was. Hij heeft een zeer grote wedstrijd gereden en, vooral, hij heeft die rol van opener perfect vervuld, normaal voorbehouden aan oudere en ervarener paarden. Ondanks de moeilijkheidsgraad van het terrein heeft hij de cross zonder fouten afgelegd, wat ons toeliet kostbare informatie door te geven aan de andere ruiters van de ploeg. Bovendien hebben we de Olympische kwalificatie van België veiliggesteld. Het was een uiterst intens moment.

Wat zijn volgens u de belangrijkste sterke punten van de Belgische eventing?

We zijn zeer regelmatig en performant in het springen, en de statistieken bevestigen dat. Van 2022 tot 2024 hadden we het geluk getraind te worden door François Mathy Jr, voordat we nu met Kai Steffen Meier samenwerken. Meer algemeen denk ik dat Belgische ruiters van nature een goede benadering van het springen hebben, omdat het jumping werkelijk deel uitmaakt van onze cultuur. We zijn ook eerder goede crossruiters. De statistieken opgesteld door Sam Watson toonden trouwens aan dat België in de cross-countryproef tot de snelste naties behoorde. In 2025, het post-olympische jaar, zijn onze tijden in deze proef daarentegen licht gestegen. Achteraf bekeken denk ik dat dit waarschijnlijk te verklaren is door een wil om onze paarden meer te sparen na de olympische afspraak.

En omgekeerd, wat zijn vandaag de belangrijkste verbeterpunten?

Het lijkt erop dat we nog niet over een voldoende aantal paarden beschikken, in die zin dat de topruiters nog geen voldoende gevulde stallen hebben met 4* en 5*-paarden. De Federaties begeleiden ons daarentegen zeer goed. In België speelt ADEPS (de Administration de l'Éducation physique, du Sport et de la Vie en Plein Air, n.v.d.r.) onder meer een belangrijke rol en steunt mij persoonlijk. Haar doel is om topsporters te begeleiden, in alle sporten. Een zestigtal atleten geniet zo van financiële steun en een statuut als bediende om zich volledig aan hun discipline te kunnen wijden. Het contract wordt elk jaar verlengd, met precieze prestatiedoelstellingen om te behalen.

Wordt de opvolging van jonge ruiters vandaag voldoende begeleid om de Belgische eventing in staat te stellen haar progressie voort te zetten?

Ik denk oprecht van wel. Een echt systeem wordt momenteel opgezet, en het betreft niet enkel de senioren, aangezien het ook de jonge ruiters omvat (sinds enkele jaren zet de Ligue Équestre Wallonie-Bruxelles (LEWB) de omkadering van de "Équicadets" op, waardoor jonge ruiters door professionals worden begeleid, n.v.d.r.). Het idee is een dynamiek te creëren met degenen die de seniorencategorie naderen, hen toe te laten geleidelijk in deze groep te integreren en hen te begeleiden naar een beter begrip van het allerhoogste niveau. Er is vandaag enorm veel communicatie binnen de Federatie, met name dankzij het werk van Kai Steffen Meier. Ook al is hij niet officieel de trainer van de jongeren, hij verplaatst zich om hen te zien, ontvangt hen regelmatig voor stages bij hem thuis en begint hen ook op wedstrijden te begeleiden. We zijn dus getuige van een echte synergie, wat zeer positief is voor de toekomst van de Belgische eventing.

Is de eventing uiteindelijk technischer en minder instinctief geworden dan veertig jaar geleden?

We zitten gewoonweg niet meer in dezelfde sport, en de evolutie van het type paarden dat gebruikt wordt, illustreert dat perfect. Vandaag moet je over een paard beschikken dat in staat is ontspannen te werken, met een gangwerk dat dicht aanleunt bij dat van een zuiver dressuurpaard. Maar het moet ook in staat zijn snel te galopperen op de cross, terwijl het hindernissen van meer dan een meter hoog behandelt. En op de derde dag, na alle geleverde inspanningen, moet het nog in staat zijn een springparcours zonder fouten af te leggen. Ik heb trouwens Engelse eigenaars die recent hun achtste paard hebben gekocht, en die zeer verrast waren toen ik hun voorstelde te investeren in een merrie waar ik veel verwachtingen op stel. Ook al vertrouwen ze mij, zij beantwoordde in hun ogen niet aan het paardenprofiel dat zij traditioneel met de eventing associeerden.

Is het toenemende streven naar veiligheid eveneens bezig de aard zelf van de eventing te transformeren?

Onverbiddelijk, ja. Vandaag, ook al zijn voorzieningen zoals de MIL Clips in de eerste plaats ontworpen om de veiligheid te verbeteren, beïnvloeden ze ook diepgaand de manier waarop ruiters en paarden de hindernissen benaderen. Dit sluit uiteindelijk aan bij wat ik zei: de sport is enorm geëvolueerd. Voortaan, zelfs in de snelheid, heb je uiterst wendbare en reactieve paarden nodig. Dat is ook een van de redenen waarom paarden kwetsbaarder zijn geworden. Hoe sterker en sneller ze springen, hoe groter de belasting op hun gewrichten. De eventing zit dus in een permanente transformatie, zowel in haar filosofie als in de fysieke en technische kwaliteiten die ze vandaag vereist.

Maakt u zich zorgen over de toekomst van de eventing? En zo ja, op welke aspecten in het bijzonder?

Om eerlijk te zijn, veel zaken baren mij vandaag zorgen. Er is uiteraard de kwestie van het prijzengeld, dat steeds magerder wordt. Er bestaan voortaan CCI 3*-L wedstrijden die worden georganiseerd zonder prijzengeld, wat in het springen op een gelijkwaardig niveau totaal ondenkbaar zou zijn. Het wordt dus dringend om opnieuw een coherenter prijzengeldsysteem op poten te zetten om de aantrekkelijkheid van de discipline te vrijwaren. Tegelijk zijn we ons er ook van bewust dat de organisatie van een eventingwedstrijd in goede omstandigheden een enorme kost vertegenwoordigt. Tussen de veiligheid, de infrastructuur, de technische ploegen en alle nodige logistiek blijven de uitgaven stijgen. Het zal er dus op aankomen een evenwicht te vinden dat zowel de organisatoren, de ruiters als de eigenaars kan tevredenstellen, in een context waarin alles duurder wordt. Uiteindelijk overstijgt dit zelfs het kader van de sport en raakt het een veel breder maatschappelijk vraagstuk.

Indien u de eventing in één enkele zin zou moeten verdedigen, wat zou u zeggen?

Heel eenvoudig dat de eventing zijn naam volledig waarmaakt: hij vereist dat je op alle fronten presteert. (In het Frans heet de discipline "concours complet" – letterlijk "volledige wedstrijd", n.v.d.r.)

Welk onderwerp zou volgens u meer aandacht verdienen in de eventing, terwijl het vandaag nog te weinig ter sprake komt?

Het mediabeheer van ongevallen zou naar mijn mening anders moeten worden aangepakt. De afgelopen jaren zijn er meerdere zeer moeilijke situaties geweest en, te vaak, in plaats van er openlijk over te praten en precies uit te leggen wat de oorzaken van de problemen waren, hebben de zaken eerder de neiging om verdoezeld te worden. We zouden er ongetwijfeld baat bij hebben meer transparantie aan de dag te leggen, zodat het publiek de realiteit van onze sport beter kan begrijpen. Dat zou ook toelaten om situaties rustiger te analyseren, er lessen uit te trekken en, indien mogelijk, te vermijden dat bepaalde ongevallen zich herhalen.

Events

Laatste nieuws

Laatste nieuws